Dingetje

Hits: 32
Dingetje

Nog wat aarzelend kleurde de zon de binnenstad zomers. Verrassend snel vergeet je alle regen, sneeuw en glibberigheid. Het slentert net wat lekkerder. Maart was het pas, en vier uur volgens de koperen wijzers van de Noorderkerk-klok. Een terrasje lag voor de hand.

Helemaal achterin was nog een tafeltje vrij. Even de buik inhouden en voetje voor voetje tussen het meubilair door schuifelen. Als je dat allemaal even wegdenkt, ziet het er vrij gestoord uit. Een zinloze ge­dachtekronkel van het soort waarop ik patent lijk te hebben.

Het stapeltje bierviltjes op het wiebelende tafeltje kwam goed van pas. Al snel was het stabiel ge­noeg voor de kop koffie waar ik trek in had.

‘Kan ik iets lekkers inschenken?’ vroeg de man met wilde krullen en een dienblad vol lege glazen. Dat zal de uitbater zijn, besliste ik. Die gewoontegetrouwe gok trek ik nooit na, waardoor het zelfver­trouwen ongeschonden blijft. Ik bestelde mijn koffie.

‘Eén slobber voor meneer,’ vertaalde de krullenbaas.

Slobber is varkensvoer! vertaalde ook het stemmetje in mijn hoofd. Ik moest me daar niet door laten afleiden.

Alsof er niets gebeurd was – en feitelijk was dat ook zo – gaf ik me over aan het gebruik dat plaats­vindt na een bestelling. De ogen gaan dicht. Terrasgenoten zullen denken dat ik dan indommel. Ik moet toegeven, ‘s avonds wil dat regelmatig gebeuren, maar op een terras nooit. Sterker nog, ik ben dan op zijn scherpst. Geuren en geluiden komen binnen, zonder filter: het verkeer, vogels, hapjes, drankjes, flarden van gesprekken. Een klein minuutje maar. Dat is genoeg. Zoeken naar dingetjes, noem ik dat. En als ik wat heb, gaan ze weer open.

Het zal de gedachte aan die slobber zijn geweest. De angst een kopje varkensdrab voorgeschoteld te krijgen liet me niet los. Geen andere dingetjes dienden zich aan vandaag. Niet op dit terras.

De man zette de koffie voor me neer op het stabiele tafeltje. ‘Lekker, hè!? De luikies sluiten.’

Als het nog niet bestaan had, zou de schaapachtige glimlach met bijpassend schaamrood op dit ter­ras zijn ontworpen. De daarop volgende algehele wazigheid duurde net wat te lang.

Het was de geur van koffie die me terugbracht waar ik was. En juist op dat moment zag ik het. Het dingetje waarnaar ik had gezocht. Recht voor me zat ze, op de grond. Het kopje scheef. Toen sprong ze op de stoel naast me en zette zonder al te veel nadenken het ene pootje op de tafel.

‘Sammie!’ riep de krullenman.

Blijkbaar zijn er katten die kunnen luisteren. Sammie sprong in ieder geval van de stoel af, ging zitten en likte haar vacht. Toen liep ze naar me toe voor een kopje. En met haar ruggetje fleemde ze langs mijn been, voordat ze tussen de tafeltjes verdween.

Terug naar Kort en klein

Ook zo'n tekst?
Wil je dit verhaal delen?
 

Geef hier je reactie

Reacties

  • Geen reacties gevonden